2010 is het Chopin-jaar. Iedereen kent zijn polonaises en mazurka's en beschouwt hem daarom als grondlegger van de Poolse nationale school. Zijn Poolse roots komen pas echt tot uiting in zijn negentien liederen, evenwel zonder dat men er directe sporen van authentieke Poolse volksmuziek in kan terugvinden. De liederen ontstonden als neerslag van vluchtige opwellingen van verliefdheid of plotse vlagen van nostalgie. Net als de pianowerken gaat het om Chopins persoonlijke, gestileerde versie van Poolse muziek. Het verre vaderland drukt zich meer direct uit in de teksten, afkomstig van de bevriende dichters Adam Mickiewicz en Stefan Witwicki, die net als Chopin in Parijs in ballingschap leefden.
Beata Morawska
De mezzosopraan Beata Morawska behaalde het hoger diploma voor zang en piano aan het Fryderyk Chopin Conservatorium in Warschouw. Ze studeerde bij Kristina Szcerpanska en Halina Slonicka en volgde vervolmakingscursussen bij W. Liscian, Sarah Walker, Nelly Miricioiu en Susanna Eken.
Ze behaalde de eerste prijs in de Ada Sariwedstrijd, de tweede en vijf vermeldingen in de Jan Kiepurawedstrijd, de derde prijs in de Adam Didurwedstrijd en de eerste prijs voor vertolking in de wedstrijd van Bilbao.
Als soliste in de opera van Warschouw zong ze de rollen van Dorabella in Cosi fan Tutte, Cherubino in Le Nozze de Figaro, Rosina in de Il Barbiere di Siviglia en Margarita in I Quatro Rusteghi. Verder zong in befaamde operahuizen in Luik, Brussel, Treton, Caen, Montpellier, Gent en Parijs.
Daarnaast zingt ze ook liedrecitals en treedt ze op als soliste in oratoria.
Zij treedt geregeld samen op met Joanna Trzeciak.
Christine Heyligers presenteert en duidt de Poolse poëzie voor de concertgangers.





